Kamp: wel of niet mee?

Laatst vertelde een moeder over haar zoon van tien die voor het eerst op atletiekkamp ging, een weekend ergens in Duitsland. Zijn mobiel mocht niet mee van de leiding en daar hadden zowel zij als haar zoon moeite mee. Het was tenslotte de eerste keer, zo lang alleen van huis en dan ook nog zonder mogelijkheid even een berichtje te sturen of te bellen voor het slapen gaan. Waarom zijn kampleidingen daar zo rigide in, vroegen we ons af? Wat is er mis met contact zoeken als je dat nodig hebt?

Daar zit een kop op!

‘Zo, die kan schreeuwen!’ ‘Daar zit een kop op’ ‘Wat een driftkikker!’ zijn uitspraken die je regelmatig hoort, als een baby of een al wat ouder kind – misschien wel jouw kind – van zich laat horen, duidelijk en hard signalen afgeeft wanneer hij of zij iets wil of ergens last van heeft. Ouders kunnen hier best van schrikken, als je kind flink van zich laat horen, je niet weet wat hem of haar bezielt, wat het nodig heeft, je je geen raad weet. Hoe de code te kraken? Zo had je je het allemaal niet voorgesteld.

Schone schijn

Voor sommige ouders is het een afvinklijst: als hun kind maar in de juiste kleding verschijnt op de juiste plekken, dan is de opvoeding geslaagd. Maar wat als dat knappe koppie in die mooie kleertjes ontevreden is, snel boos, gefrustreerd of verongelijkt is of teruggetrokken gedrag vertoont. Wat heeft je kind aan schone schijn als zijn binnenkant niet op orde is?