Daar zit een kop op!

‘Zo, die kan schreeuwen!’ ‘Daar zit een kop op’ ‘Wat een driftkikker!’ zijn uitspraken die je regelmatig hoort, als een baby of een al wat ouder kind – misschien wel jouw kind – van zich laat horen, duidelijk en hard signalen afgeeft wanneer hij of zij iets wil of ergens last van heeft. Ouders kunnen hier best van schrikken, als je kind flink van zich laat horen, je niet weet wat hem of haar bezielt, wat het nodig heeft, je je geen raad weet. Hoe de code te kraken? Zo had je je het allemaal niet voorgesteld.

Klikspaan, boterspaan

Laatst zag ik het gebeuren, in het zwembad. Twee vriendinnetjes stonden bij een moeder. “Ja, we hebben wel snoepjes gepikt, maar zij zei dat we dat moesten doen, ik wou het eigenlijk niet.” “Oooh, klikspaan! Je mag niet klikken!” antwoordde het andere meisje. De moeder keek heen en weer naar de meisjes; blijkbaar was haar dochter de klikspaan. “Nee, je mag niet klikken Guusje,” zei de moeder. “Maar jullie mogen ook geen snoep pikken, Anna en Guusje.” En daarmee was de kous af.

Volgende patiënt!

Kinderen moeten hun grenzen eerst vinden om ze daarna te kunnen aangeven bij een ander. Dat zoeken naar die grenzen gaat via doktertje spelen, op onderzoek uitgaan, spannende, gevaarlijke of geheime dingen doen. Maar wanneer wordt gezond gedrag grensoverschrijdend? Waarom weten sommige kinderen niet hoe ze moeten stoppen met bepaald gedrag en hoe weet je als ouder eigenlijk wat ‘normaal’ is?