Hoe overleven we de vakantie?

Voor volwassenen is een vakantie meestal een spannend (of juist ontspannend) avontuur, iets leuks, iets waar je met zijn allen naar uitkijkt: je wilt zo graag naar Thailand, in je bikini op dat bounty-eiland zitten, een geroosterd visje eten met een glas witte wijn, mijmeren over het leven terwijl je kinderen rustig in het zand spelen… Je kijkt ernaar uit, naar het onbekende, het nieuwe, het ontdekken. Je hebt hard gewerkt en een mooie vakantie is de beloning. Dus jullie kondigen het aan thuis: kinderen, we gaan naar Thailand deze zomer! Dolenthousiast roept je kind: “Jaaaaaa, leuk!”
Tenminste, dat is het idee.

Wat speelt er achter die mooie voordeur?

In grote lijnen zullen de meesten van ons het aardig goed doen, een kind opvoeden. Je zorgt ervoor dat je niet schreeuwt tegen je kind, je pakt hem niet hardhandig aan, slaat natuurlijk niet en probeert naar hem te luisteren, gehoor te geven aan zijn behoeften en niet te straffen. Alles oké dus op het eerste gezicht. Maar als je verder graaft en die mooi geschilderde voordeur opendoet, wat kom je dan binnen tegen? Je gevoelens van irritatie, boosheid, misschien jaloezie naar je kind: hoe uiten die zich en wat voor effect hebben ze op zijn ontwikkeling?

I want it all and I want it now!

Vanaf onze jeugd is het ons ingeprent door onze moeders die hard hebben gevochten voor gelijke rechten en erbij waren toen de eerste crèches werden opgericht: vrouwen kunnen carrière maken, zichzelf ontplooien, financieel onafhankelijk zijn. Wat een winst!
En dus deed onze generatie dat massaal: studeren, werken en ach, kinderen, tja dat kwam wel een keer en als ze kwamen (vaak pas op latere leeftijd), dan was er gelukkig het systeem van de kinderopvang waardoor we minimaal uit de running hoefden te zijn. Vier weken voor de bevalling stoppen met werken en twaalf weken erna weer aan de slag.

Klikspaan, boterspaan

Laatst zag ik het gebeuren, in het zwembad. Twee vriendinnetjes stonden bij een moeder. “Ja, we hebben wel snoepjes gepikt, maar zij zei dat we dat moesten doen, ik wou het eigenlijk niet.” “Oooh, klikspaan! Je mag niet klikken!” antwoordde het andere meisje. De moeder keek heen en weer naar de meisjes; blijkbaar was haar dochter de klikspaan. “Nee, je mag niet klikken Guusje,” zei de moeder. “Maar jullie mogen ook geen snoep pikken, Anna en Guusje.” En daarmee was de kous af.

Volgende patiënt!

Kinderen moeten hun grenzen eerst vinden om ze daarna te kunnen aangeven bij een ander. Dat zoeken naar die grenzen gaat via doktertje spelen, op onderzoek uitgaan, spannende, gevaarlijke of geheime dingen doen. Maar wanneer wordt gezond gedrag grensoverschrijdend? Waarom weten sommige kinderen niet hoe ze moeten stoppen met bepaald gedrag en hoe weet je als ouder eigenlijk wat ‘normaal’ is?

Als hechten moeilijk is

Hechting is een proces, geen gegeven. En er zijn talloze factoren die dat proces moeilijker maken, de zogenaamde risicofactoren. Opgroeien in een eenoudergezin is er een van, maar er zijn nog veel meer risicofactoren die het hechtingsproces kunnen verstoren. In deze blog wil ik verduidelijken hoe dat precies werkt en hoe je ervoor kunt zorgen jouw kind uit de statistieken te houden.

Mama, volgens mij ben je zelf moe

Een vriendin vertelde eens een mooie anekdote. Na het avondeten had ze haar handen vol aan haar zoon, hij luisterde slecht en het koste haar veel energie om daar goed mee om te gaan. Uiteindelijk bracht ze hem – eerder dan normaal – naar bed en zei: ‘Zo, ga maar lekker slapen, want volgens mij ben je hartstikke moe.’ Waarop hij antwoordde: ‘Mama, volgens mij ben je zelf moe en denk je laat hem maar lekker vroeg naar bed gaan, zodat je zelf kunt uitrusten.’ En hij had gelijk. Ze was moe en had dit niet erkend, maar volledig op hem geprojecteerd.

Nee, jij bent een goeie moeder!

Misschien heb je het al eens ervaren: een vakantie met een bevriend gezin die anders uitpakt dan voorzien (omdat je erachter komt dat zij hun kinderen het liefst de hele dag achter een scherm zetten om zelf ‘ook even vakantie te hebben’), een familieweekend dat uit de hand loopt (omdat je schoonmoeder echt niet snapt waarom je kinderen nog niet met mes en vork eten of waarom alles tegenwoordig in overleg moet, jij bent toch de ouder!), of een midweek in een huisje met vriendinnen en hun kinderen dat toch niet zo gezellig werd (omdat er voortdurend gesprekken waren over de opvoeding).